1 2 3
Klassiek Autisme:

Iedereen kent de film "Rainman" wel. Deze film gaat over een
autohandelaar wiens vader sterft. Na de begrafenis krijgt hij te horen
dat het familiekapitaal van 3 miljoen dollar naar een onbekende
begunstigde gaat. Deze onbekende begunstigde blijkt zijn oudere broer
Raymond te zijn. Raymond heeft Klassiek Autisme. De film, hoewel
geweldig geacteerd en op heel veel punten erg waarheidsgetrouw, zorgt
ervoor dat enkele grote stereotypen over Autisme de ronde gaan doen.
Door de film "Rainman" denken heel veel mensen bij het horen van het
woord "Autisme" direct aan mensen waar geen contact mee te krijgen is;
die gaan gillen als ze een rookmelder horen en die in een oogopslag zien
hoeveel tandenstokers er uit de doos vallen of het hele telefoonboek uit
hun hoofd kennen. Voor een deel klopt dit. Maar niet precies.
Mensen met Autisme leven in hun eigen wereldje. Ze begrijpen de wereld
om hun heen niet, terwijl de wereld om hun heen hen ook niet begrijpt.
Vaak hebben ze het gevoel "van een andere planeet" te komen. Doordat
deze mensen in hun eigen wereld leven is het moeilijk om contact met hen
te krijgen. Er zijn drie onderdelen waar bij een diagnose van Klassiek
Autisme naar gekeken wordt. Dit zijn:
Kwalitatieve beperkingen in de sociale interactie
(Moeite in de omgang met anderen, sociale situaties)
Kwalitatieve beperkingen in verbale en non-verbale communicatie
(Moeiljikheden met het begrijpen en gebruiken van verbale en
non-verbale communicatie)
Beperkte, zich herhalende stereotype patronen van gedrag,
belangstelling en activiteiten waarbij sprake is van een stoornis in de
verbeelding
(Intresses voor activiteiten en handelingen die zich steeds maar
herhalen)

Om te beginnen zijn er grote verschillen tussen de uitingen van
Klassiek Autisme. Waar je met de een totaal geen contact kunt krijgen,
kun je met de ander normaal praten. Iemand met Klassiek Autisme is dus
erg in zichzelf gekeerd. Hij of zij maakt weinig tot geen oogcontact.
Contact met mensen verloopt niet of heel moeizaam. Daardoor zal een kind
met Klassiek Autisme zich laat, of helemaal niet aan zijn of haar ouders
hechten. Iemand met Klassiek Autisme kan zich niet tot nauwelijks
inleven in de interesses van anderen. Daardoor verloopt het contact met
leeftijdsgenoten in de jongere jaren erg moeilijk. Kinderen met Klassiek Autisme spelen meestal maar op een bepaalde manier met een stuk speelgoed. Ze kunnen daar niet van afwijken. In hun ogen is dat de enige manier om met dat specifieke stuk speelgoed te
kunnen spelen. Dit gaat soms zo ver dat ze met een soortgelijk stuk
speelgoed op een heel andere manier zullen spelen. Iemand met Klassiek
Autisme kan een voorwerp alleen gebruiken daar waar het voor gemaakt is.
Een goed voorbeeld is een fles deodorant gebruiken als microfoon. Iemand
met Klassiek Autisme kan dit niet. Ze hebben een zeer sterke behoefte
aan structuur en routine. Alles moet hetzelfde blijven. De weg naar
school, werk, vriendjes, familie enzovoort moet altijd hetzelfde zijn.
De spullen in huis moeten op dezelfde plek blijven staan. Wanneer er in
de dagelijkse situatie van mensen met Klassiek Autisme iets onverwacht
verandert zal dit leiden tot paniek en boosheid. Zelfs dagen na de
verandering kunnen de paniek en de boosheid aanhouden.
Mensen met Klassiek Autisme (en ASS in het algemeen) kunnen stuk voor
stuk op hun eigen manier reageren op gebeurtenissen in de omgeving. De
een reageert heel heftig waar de ander juist bijna niet reageert. Iemand
met Klassiek Autisme kan soms zelfs gewoon niet reageren op de eigen
naam. Iemand met Klassiek Autisme die zich verbrandt aan de kachel hoeft
bijvoorbeeld geen reactie te geven op de verbranding. Het lijkt dan
alsof het helemaal geen pijn doet. Het kan zijn dat iemand met Klassiek
Autisme juist weer heel heftig reageert op andere situaties. Een
rookmelder die afgaat, een auto die toetert of een kaars die wordt
aangestoken, terwijl die heel lang op die plek gestaan heeft zonder ooit
gebruikt te worden. De persoon kan dan helemaal overstuur raken en gaan
schreeuwen en gillen. Het is dan erg moeilijk om hem of haar weer rustig
te krijgen. Vaak houden mensen met Klassiek Autisme niet van aanraking
door anderen, zelfs niet door familieleden, vrienden of andere bekenden.
Aanraking kan, vooral als ze het niet zien aankomen, leiden tot extreme
reacties zoals gillen, schreeuwen, fladderen (= met de handen, en soms
de hele armen, fladderende bewegingen maken zoals een vogel met zijn
vleugels doet om te kunnen vliegen) enzovoort.
De motoriek van iemand met Klassiek Autisme (en ASS in het algemeen) is
vaak minder goed dan van iemand zonder Klassiek Autisme. Ze bewegen zich
houterig. Vaak gebruiken ze ook geen gebaren om duidelijk te maken wat
ze bedoelen. En anderen gebruiken juist weer overmatig veel handgebaren.
Ze gebruiken weinig tot geen gezichtsuitdrukkingen. Iemand met Klassiek
Autisme heeft een achterstand in de grove en fijne motoriek. Wat je vaak
ziet bij iemand met Klassiek Autisme is dat ze heen en weer wiegen,
dezelfde bewegingen met een voorwerp maken of andere stereotype
bewegingen.
Veel mensen met Klassiek Autisme leren nooit echt goed te spreken. De
ontwikkeling van de spraak bij kinderen met Klassiek Autisme komt
meestal laat op gang. Kinderen met Klassiek Autisme papegaaien vaak. Ze
zeggen precies na wat er tegen hun gezegd wordt, met dezelfde intonatie.
Ook klinkt de spraak van iemand met Klassiek Autisme vaak monotoon en
robotachtig. Het lukt iemand met Klassiek Autisme vaak niet om "smeuïg"
te praten. Alles klinkt nagenoeg hetzelfde. Hierdoor is het voor de
ander moeilijk om te kunnen herkennen hoe de ander zich voelt. Iemand
met Klassiek Autisme praat tegen iemand, in plaats van met iemand.
Klassiek Autisme en een verstandelijke en/of lichamelijke handicap gaan
in veel gevallen samen

Syndroom van Asperger - PDD NOS - NLD - ADHD - McDD
Een aantal vormen van autisme uitgelicht:

Syndroom van Asperger
Het Syndroom van Asperger, of Aspergersyndroom, is een pervasieve
ontwikkelingsstoornis binnen het autistisch spectrum met normale of meer
dan gemiddelde begaafdheid, met atypische of beperkte sociale
vaardigheden en met vertraagde sociaalemotionele ontwikkeling en/of
intergratie. In de meeste gevallen is er geen vertraagde
taalontwikkeling en verstandelijke ontwikkeling. Het onderscheid tussen
het syndroom van Asperger en zogenaamd hoogfunctionerende autisme is
omstreden.

Het syndroom van Asperger ligt op het autismespectrum samen met lichte
vormen van PDD-NOS het dichtst bij harmonisch normale mensen. Veel meer
dan mensen met een autistische stoornis, die vooral aan het individu
zelf ligt, worden mensen met het syndroom van Asperger geacht op den
duur te kunnen omgaan met hun moeilijkheden in de omgang met de
omgeving. Hun betere verbale vaardigheden en begaafdheid (gemiddelde tot
hoge intelligentie) camoufleren vaak zeer goed hun andere (ernstige)
beperkingen. Deze camouflage en de beperkte wetenschappelijke informatie
die beschikbaar is over hun beperkingen, maken dat hun handicap voor
hulpverlening en ondersteuning onderschat wordt. Hun beperkingen op vlak
van sociale omgang en empathie zijn nochtans aanzienlijk en leiden vaak
tot geestelijk isolement en (sociaal-economische) marginaliteit.

Binnen het autismespectrum zijn mensen met het syndroom van Asperger
vaker in staat om een zelfstandig leven te leiden. Ze hoeven doorgaans
niet hun hele leven in een begeleide woonvorm of instelling te
verblijven. Ze volgen meestal gewoon regulier onderwijs, hoewel er ook
mensen zijn die met het syndroom van Asperger speciaal onderwijs volgen.

Net als andere mensen zonder Asperger maar binnen het autismespectrum,
is het moeilijk een wederzijdse relatie op te bouwen, ondermeer door de
moeite die ze hebben om een gesprekspartner recht in de ogen te kijken,
waardoor zij soms als ongeïnteresseerd worden bestempeld, ook als zelfs
het tegendeel het geval is. Ook het beperkte inzicht in de context en
omgeving, repetitieve en dwangmatige bezigheden en gewoontes, behoefte
aan structuur , de prikkelverwerking en motorische moeilijkheden kunnen
in meer of mindere mate bij mensen met het syndroom van Asperger terug
komen.

Sociale beperkingen:
Mensen met het syndroom van Asperger kunnen vaak moeilijk tussen de
lijnen lezen binnen de sociale context. Ze beseffen vaak niet intuïtief
wat sociaal aanvaard is en vinden niet altijd de juiste toon of mimiek
om hun eigen emotionele toestand te uiten. Ze hebben het soms moeilijk
letterlijke en figuurlijke taal uiteen te houden en iemands lichaamstaal
te lezen. Ze weten vaak ook niet wanneer ze aan het woord moeten/kunnen
komen en wanneer niet. Metaforen zijn voor mensen met Asperger vaak
moeilijk te begrijpen. Als indirect gevolg daarvan hebben ze in min of
meerdere mate last van gedachteblindheid. Het kan ook zijn dat beperkte
sociale vaardigheden tot gevolg hebben dat mensen met Asperger onbewust
geen zin hebben om te communiceren met andere mensen. Dit is geen
sociaal vermijdingsgedrag, dat bewust gebeurt.

Opgaan in afwijkende interesses:
Mensen met Asperger kunnen intense preoccupaties koesteren. Niet de
interesse zelf maar de intensiteit waarmee mensen met Asperger zich
bezighouden verschilt van anderen.

Verbale en taalbeperkingen:
Mensen met Asperger staan bekend om hun pedante manier van spreken, met
gebruik van taal die te formeel en gestructureerd is voor de gebruikte
situatie. Er is vaak weinig of geen intonatie in hun stem, waardoor ze
autoritair overkomen. Zo kan een vijfjarige met Asperger gemakkelijk
bepaalde woorden en een toon gebruiken die goed zou kunnen passen in een
universiteitscursus, vooral als het gaat over zijn hobby. Letterlijke
interpretatie is een beperking die mensen met Asperger delen met anderen
uit het autismespectrum.

Diverse kenmerken:
Mensen met Asperger hebben een diversiteit aan zintuiglijke,
ontwikkelings en psychologische bijzonderheden. Fijne motorische
vaardigheden kunnen bijvoorbeeld vertraagd zijn. Een merkwaardige manier
van wandelen of een gepreoccupeerde manier van vinger-, hand-, arm- of
beenbewegingen.

Mensen met Asperger zouden zich tevens aangetrokken voelen tot orde en
routine, terwijl verandering in routines en vaststaande ordes
angstaanvallen kunnen veroorzaken. Ook overprikkeling en extreme
gevoeligheid voor tast, geluiden, smaken zijn mogelijk. Deze
overgevoeligheid lijdt ertoe dat ze zich slechter kunnen concentreren.

Sommigen zijn zelfs extreem gevoelig voor luide geluiden of sterke
geuren of houden allerminst van aangeraakt te worden. Het tikken van de
klok, het druppelen van water uit een defecte kraan, hoe stil ook, of
het fladderen van een dwergvlieg kan zulke mensen tot razernij brengen.
Te fel licht, zoals een TL-verlichting en te felle kleuren kunnen
letterlijk een marteling zijn.

Ook onderprikkeling is mogelijk, wanneer mensen met Asperger niet
reageren op bepaalde prikkels, soms hevige pijnen. Dit komt echter meer
voor met andere mensen uit het autismespectrum.

PDD NOS

PDD-NOS is een afkorting van Pervasieve ontwikkelingsstoornis.  
(Pervasive Developmental Disorder) Pervasieve ontwikkelingsstoornis is
een overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme
behoort. Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken
heeft van autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd.

Bij deze groep mensen is het contact met anderen wel een probleem, maar
niet het probleem dat het meest op de voorgrond staat. Het kind is wel
tot contact in staat, er is wel een band tussen ouder en kind, maar met
andere mensen gaat het al moeilijker. Wat kinderen betreft lukt het
contact met leeftijdsgenoten vaak niet goed.

Pervasief betekent doordringen. Het wil zeggen dat we bij pervasieve
stoornissen te maken hebben met problemen die doordringen in
verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind. Dat kan bij kinderen
met PDD-NOS de taalontwikkeling zijn, de motorische ontwikkeling, het
reageren op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich
op anderen te richten en het eigen gedrag in sociale situaties goed te
besturen.

Er zijn en aantal gebieden waar kinderen met PDD-NOS problemen mee
hebben:

- De taalontwikkeling
- De motorische ontwikkeling.
- De zintuiglijke ontwikkeling.
- De denkontwikkeling.
- De sociale ontwikkeling

Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale
intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter
voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels
en patronen. In hun interesse kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn.
De problemen uiten zich bij een kind met PDD-NOS verschillend per
leeftijd. Voor een kind betekenen de gevolgen van PDD-NOS vaak een
ernstige beperking in het dagelijkse functioneren.
Voor ouders van kinderen met PDD-NOS is het ontbreken ven een echte
wederkerigheid in de relatie met het kind vaak een teleurstellende
ervaring. Het opvoeden vraagt van hen een meer dan gemiddelde inzet.
Vaak hebben deze kinderen door hun activiteit t.o.v. de sociale omgeving
langer dan andere kinderen leiding en bescherming van hun ouders nodig.

De broertjes en zusjes krijgen hierdoor wel eens te weinig aandacht.
Ook zij ervaren het gebrek aan wederkerigheid in de relatie. Verder
worden spontane gezinsgebeurtenissen vaak vermeden of in de war gestuurd
door het kind met PDD-NOS, dat er niet tegen kan dat de gewone regels en
ritmes te doorbreken. Kinderen met PDD-NOS kunnen onderling sterk
verschillen in de ernst van de kernproblemen en het aantal en de ernst
van de bijkomende problemen.

Er is geen behandeling bekend die PDD-NOS doet verdwijnen. De
behandeling bestaat, net als bij de meeste kinderpsychiatrische
aandoeningen, uit een combinatie van voorlichting, medicatie,
opvoedingsondersteuning, begeleiding op school en psychotherapie in de
vorm van gedragstherapie en/of sociale vaardigheidstrainingen.

Medicatie wordt gegeven om de bijkomende problemen zoals angst,
depressie of agressie te verminderen.

NLD

NLD is een afkorting van Nonverbal Learning Disabilities. In het
Nederlands betekent dit Niet-verbale Leerstoornis, ofwel een
leerstoornis die geen betrekking heeft op de taal.
Kinderen met NLD zijn verbaal heel sterk. Bovendien hebben ze vaak een
goed geheugen. Daarom duurt het ook een tijdje voordat men door heeft
dat er iets met het kind aan de hand is. De problemen liggen echter op
het non-verbale gebied. Ze hebben moeite met het begrijpen van
informatie die ze visueel waarnemen. Maar hun problemen liggen ook op
het gebied van de motoriek en op het sociale gebied.

Vaardigheden die kenmerkend zijn voor een kind met NLD:

-  Ze zijn verbaal erg vaardig
- Kinderen luisteren graag naar verhalen en alles wat hen verteld
wordt.
- Auditieve informatie onthouden ze goed en kunnen ze beter begrijpen.
- Ze hebben goed oog voor detail.
-  Kinderen met NLD zijn auditief erg gevoelig. Alle geluiden komen
sterk bij hen
   binnen.

Te korten die kenmerkend zijn voor een kind met NLD:
Visuele en tactiele waarneming, ze hebben moeite met het overzien van
gehelen en zijn erg gericht op detail.

- Ruimtelijk inzicht.
  - Sociale inzicht en sociale omgang.
- Probleemoplossend vermogen.
- Emotionele stabiliteit.
- Aanpassen aan nieuwe omstandigheden.
- Leren van nieuwe taken.
  - Complexe motoriek.
- Meerdere handelingen tegelijk uitvoeren.
  -Rekeninzicht.

NLD is dus een syndroom waarbij er een combinatie is van vaardigheden
en tekorten. Tussen individuele kinderen met NLD zijn vaak grote
verschillen te zien in vaardigheden en tekorten. Dit maakt het niet
gemakkelijk op om NLD te signaleren. Ook de intensiteit van het syndroom
kan verschillen van kind tot kind.

Een kind met NLD behoort niet tot de doorsnee leerling, al is in de
meeste gevallen niets mis met zijn of haar intelligentie. Toch gaan de
meeste scholen,. Ook tegenwoordig nog, uit van de gemiddelde leerling.
Het kind met NLD is in veel gevallen een normaal begaafd kind maar,
heeft een andere benadering nodig om informatie goed te kunnen
verwerken.

Twee voorbeelden van stoornissen die ook begeleiding kunnen ontvangen
bij Ambulante Begeleiding Het Spectrum:

ADHD

ADHD is een afkorting voor het engelse begrip Attention Deficit
Hyperactivity Disorder en wordt in het Nederlandse vertaald als
aandachtstekortstoornis met Hyperactief gedrag. ADHD is het meest
voorkomende gedragsprobleem bij kinderen en jongeren.
ADHD wordt gekenmerkt door de volgende symptomen:

Hyperactiviteit:    bewegelijk met handen en voeten, niet stil zitten in
de klas, praat aan één stuk door, moeilijk ontspannen spelen.
Impulsiviteit:     antwoord aan zeggen voordat de vraag is afgemaakt,
moeite om op zijn/haar beurt te wachten, bezigheden van anderen
verstoren.
Aandachtstekort:    moeite om aandacht bij activiteit te houden, niet
luisteren, aanwijzingen niet opvalogen, dingen kwijtraken,
vergeetachtig, afgeluid worden door geluiden of bewegingen, moeite met
organiseren van taken.
Kinderen met ADHD hebben frequent hoge mate last ven de genoemde
symptomen gedurende een langere periode in hun ontwikkeling.

Jongens met ADHD vertonen vaker hyperactief en impulsief gedrag,
terwijl meisjes doorgaans meer problemen hebben in de concentratie en
aandacht. Daar aandachts- en concentratieproblemen minder te herkennen
zijn dan hyperactief en impulsief gedrag, kan het voorkomen dat de
diagnose ADHD bij jongens sneller wordt gesteld. Er zijn ook meer
jongens dan meisjes bekend met de diagnose ADHD.

ADHD is een neurobiologische aandoening, wat betekent dat ADHD een
oorzaak heeft die in de hersens ligt.

Kan ADHD behandeld worden?

Het is op dit moment niet mogelijk om ADHD te genezen, maar er zijn
behandelmogelijkheden beschikbaar die van waarde zijn bij het leren
omgaan met de aandoening. Deze behandelopties helpen de cliënt om met
kernsymptomen van ADHD te leren omgaan waardoor het functioneren van het
kind met ADHD verbeterd.

Voorbeelden van behandeling:

- Psycho-educatie en gedragstraining.
- Medicatie.
-  School begeleidingsprogramma’s.

McDD

McDD = Multiple-complex Developmental- Disorder in het Nederlands:
Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen.

Kinderen met deze stoornis vormen een subgroep binnen de groep kinderen
met PDD-NOS.

McDD is dus geen ernstiger vorm van PDD-NOS of minder ernstige vorm van
autisme. Het is een aparte ontwikkelingsstoornis met als kern een
informatieverwerkingsprobleem, het reguleren van emoties en gedachten.
Dat informatieverwerkingsprobleem vertoont kenmerken zoals gezien worden
bij autisme, maar ook kenmerken zoals die worden aangetroffen bij
angststoornissen zoals schizofrenie.
Een beetje angst ontaardt bij hen meteen in paniek, een beetje boosheid
wordt razernij. Hun veel te sterke fantasie zorgt ervoor dat hun
gedachten met hen op de loop kunnen gaan, waardoor fantasie en
werkelijkheid niet meer uit elkaar worden gehouden. Soms vertellen ze
over ‘mannetjes’ of ‘stemmetjes’ in hun hoofd die hen regeren zonder dat
ze zich daartegen kunnen verzetten. Het regulatiemechanisme, de
innerlijke thermostaat die emoties en gedachten in evenwicht houdt,
werkt bij hen kennelijk minder goed.

Een kind met McDD heeft er extreem veel moeite mee om de wereld als een
veilige plaats te ervaren. Alles is erop gericht om de angst te
beteugelen. De ontwikkeling op diverse leefgebieden kan hier ernstig
onder lijden. In de geborgenheid en veiligheid van een één-op-één
relatie met een volwassene kunnen ze vaak redelijk functioneren. Het
gaat mis zo gauw de situatie complexer of minder overzichtelijk wordt.

Symptomen van McDD zijn te verdelen in drie groepen:

-          Stoornissen in de regulatie van affecten (angst en agressie:
angst schiet door in paniek, boosheid in woede). Zoals intense angst of
gespannenheid, vreesachtigheid of fobie, periode van getalsmatige
terugval met driftbuien of primitieve woedeaanvallen, uitgesproken
emotionele en stemmingsschommelingen.

-          Stoornissen in de gevoeligheid voor sociale signalen en
stoornissen in het sociale gedrag in relatie tot leeftijdsgenoten en
volwassenen. Zoals sociale desinteresse, vermijden sociale contacten of
grenzeloze contactname, ondanks aanwezige sociale vaardigheden.
Ontbreken van bestendige relaties met leeftijdsgenoten, aanklampende
‘haat-liefderelaties’ met name met volwassenen. Diep gebrek aan empathie
en het vermogen zich te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van
anderen.

-          Stoornissen van het denken (onnavolgbaar van de hak op de
tak springen, bizarre fantasieën, geheel opgaan in fantasieën, moeite
hebben met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid). Zoals
onlogische gedachtengang of plotselinge onnavolgbare gedachtesprongen.
Verwarring tussen fantasie en realiteit, gemakkelijk verward raken en
overwaardige gedachten (grootheidsideeën, verhoogde achterdocht)

Er is helaas geen therapie die de stoornis opheft. Wel kan een speciale
opvoeding met veel consequente en wijze leiding de problemen meestal
binnen de perken houden. Dit vraagt echter een constante aandacht van de
omgeving, waardoor het opvoeden van deze kinderen een uitputtende
bezigheid is.

Ouders van kinderen met McDD moeten altijd proberen hun eigen emoties
niet te tonen, vooruit te denken over gebeurtenissen en bedacht zijn op
ongeremde reacties. Zij moeten zichzelf een manie van opvoeden aanleren
waarin verduidelijking en begrenzing een tweede natuur wordt. Het
regulatiemechanisme dat zorgt voor evenwicht in emoties en gedachten
moet bij kinderen met McDD als het ware van buitenaf worden aangedragen.
Medicatie kan soms nodig zijn om de angsten binnen de perken te houden.

Ouders hebben bij de omgang met de ernstige problemen van hun kind
dringend behoefte aan deskundige begeleiding van een kinder- en
jeugdpsychiater, vaak in samenwerking met een gezinsbegeleider.
Behandeling is gericht op het geven van structuur, het voorkomen en
dempen van de angsten en het bevorderen van de gezonde ontwikkeling.

Bij jongeren met McDD is de puberteit een spannende fase, omdat met
name in die periode het gevaar voor een psychotische ontwikkeling niet
denkbeeldig is.

In de volwassenheid luwen de heftige emotionele uitschieters bij het
merendeel van deze kinderen, maar zij blijven veelal afwijkend in het
sociale contact en dikwijls ook in het denken. In veel gevallen zullen
zij aangewezen blijven op hulp en begeleiding, met name bij wonen en
werken.